Dam 1 De Bijenkorf

                                                                                         Panorama                                                                  Dam 3 -7>  

 

Nieuwendijk 30 32, de eerste Bijenkorf

Nieuwendijk 30 32, de eerste vestiging van de Bijenkorf (foto van de Bijenkorf)

Nieuwendijk 132

Dam 1

Start winkel De Bijenkorf

 

De Bijenkorf begint in 1870 wanneer Simon Philip Goudsmit aan de Nieuwendijk op nummer 132 (dan H192) een winkeltje in manufacturen (een textielwinkel) opent. Aan de zelfde Nieuwendijk is dan ook de bekende winkel van A. Sinkel is gevestigd Als Goudsmit in 1889 sterft, neemt neef Arthur Isaac het roer over.

Hij koopt verschillende panden op aan de Nieuwendijk om uit te breiden. Om deze verbouwing sneller te laten verlopen zet hij in 1909 een noodwinkel op het terrein van de in 1903 gesloopte Beurs van J.D. Zocher. Maar in deze noodwinkel stijgt de omzet zodanig dat Isaac besluit zich permanent op deze plek te vestigen. Voor een grote fourniturenwinkel krijgt hij de financiering niet rond, maar voor een warenhuis wel. De architect J.A. van Straaten, die aanvankelijk aangezocht is voor de verbouwing van de panden aan de Nieuwendijk, is gevraagd een ontwerp te leveren voor een warenhuis op de Dam met medewerking van B.A. Lubbers. Van Straaten maakt het ontwerp en op 30 oktober 1912 is de eerste steen legging. Van Straaten wordt na onenigheid met de Bijenkorfdirectie ontslagen en Lubbers zet het werk voort. Hij werkt met name het interieur verder uit en claimt later het auteurschap van het hele ontwerp. Begin september 1914 vindt de opening van de parterre plaats en begin 1915 is het gehele pand voor gebruik gereed. Dit is dan ook het eerste, als zodanig in Nederland gebouwde warenhuis. In 1903 is er al een eerder plan gemaakt voor een warenhuis op deze plek, o.a. door H.P. Berlage voor Tietz uit Keulen.

Op het Damrak tijdelijke Bijenkorf, voor bouw van het nieuwe gebouw

Op het Damrak tijdelijke Bijenkorf, voor bouw van het nieuwe gebouw

De eerste jaren aan de Dam

Het nieuwe warenhuis “de Bijenkorf”biedt alles waar de verwende Amsterdammer en provinciale dagjesmens van kan dromen. In één winkel, verdeeld over verschillende verdiepingen, kan de klant zijn geld uitgeven aan kleding, meubelen, huishoudelijke artikelen, tapijten en cosmetica. En men doet alles om het de klant naar de zin te maken met vele diensten tot en met thuisbezorging en muzikaal entertainment. Al in de jaren twintig organiseert De Bijenkorf grote tentoonstellingen van moderne Nederlandse kunstenaars. Ze hebben goed gekeken naar de werkwijze van de grote Franse en Amerikaanse winkelpaleizen en het bedrijf creëert een imago van vooruitstrevendheid, maar blijft in het aanbod gericht op de welvarende middenklasse. In 1923 koopt de Bijenkorf een bouwterrein aan de Grote Marktstraat in Den Haag waar door Piet Kramer een pand wordt neergezet In 1926 opent dochtermaatschappij HEMA (Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam) in de Kalverstraat haar deuren. Hiermee wil men de andere, veel grotere groep met een klein inkomen bedienen. In 1928 ontwerpt Willem Dudok het filiaal in Rotterdam aan de Schiedamsesingel, een opzienbarend glazen paleis dat door het bombardement in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd. De filialen in Den Haag en Rotterdam doen in allure niet onder voor Amsterdam, de gebouwen van respectievelijk architect Piet Kramer en Willem Dudok zijn modern en laten zich uiterst fotogeniek afbeelden in allerlei media, inclusief het eigen reclamemateriaal. Daardoor wordt De Bijenkorf in de loop van de jaren dertig in Nederland een eigennaam, synoniem voor het luxe warenhuis dat hier te lande geen directe concurrent heeft. In 1930 wordt de Bijenkorf lid van de Internationale Warenhuisvereniging. Andere leden zijn bekende namen als Le Printemps in Parijs en Harrods in Londen. De Tweede Wereldoorlog is ook in de geschiedenis van de Bijenkorf een zwarte periode. Als Joods bedrijf moest het om voort te blijven bestaan, overgedragen worden aan niet-Joodse vertrouwelingen. De directie vlucht samen met een aantal personeelsleden.

De Bijenkorf Rotterdam rond 1930

De Bijenkorf Rotterdam rond 1930

De Bijenkorf Den Haag

De Bijenkorf Den Haag, foto RCE

De Bijenkorf Rotterdam rond 1930

De Bijenkorf Rotterdam rond 1930

Na de tweede wereldoorlog

De winkels in Amsterdam en Den Haag komen onbeschadigd uit de tweede wereldoorlog. Maar het Rotterdamse filiaal aan de Schiedamsesingel is door het bombardement in de Tweede Wereldoorlog zo ernstig beschadigd, dat er een nieuw warenhuis moet komen. Marcel Breuer ontwerpt dit nieuwe gebouw dat in 1957 wordt geopend. De ontwerpen zijn geheel tegengesteld aan elkaar, terwijl het oude ontwerp voorzien was van veel glas, is het nieuwe zeer gesloten van opzet. In 1958 is de HEMA uitgegroeid tot een belangrijke winkelketen. Tijd om op eigen benen te staan met een zelfstandige statutaire directie. Voor de ontwikkeling van het concern is een structuurherziening noodzakelijk. Op 1 februari 1966 wordt een concernmanagementteam met staforganen ingesteld als overkoepelend orgaan boven de werkmaatschappijen: 'Bijenkorf Beheer'. De werkmaatschappijen houden zelfstandige directies en een eigen identiteit. Bij het 100-jarig bestaan in 1970 wordt Bijenkorf Beheer het predicaat Koninklijk verleend en ontstaat Koninklijke Bijenkorf Beheer, oftewel KBB.

Brenno Premsela AM

Brenno Premsela, foto Philip Mechanicus (1936-2005), Amsterdam Museum

Imago opbouwen

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog volgt De Bijenkorf de internationale artistieke ontwikkelingen op de voet en weet progressieve kunstenaars aan zich te binden om het imago van het warenhuis up-to-date te houden. Eerst de uitgeweken Duitse kunstenaar Friedrich Vordemberge-Gildewart en vervolgens Benno Premsela maken prachtige etalages die volgens velen een omweg naar de Dam waard zijn. Tijdens zijn onderduik voorziet Premsela in zijn onderhoud met het maken van leren damestassen, een activiteit die hij na de bevrijding als kleine zelfstandige voortzet. In 1949 krijgt hij een baan bij de meubelafdeling van warenhuis De Bijenkorf, die hij met veel verve inricht. Vanaf 1951 woont Premsela in Italie. In 1956 treedt hij tot 1963 opnieuw in dienst van De Bijenkorf, nu als chef van de etalage-afdeling. Zijn opvatting over etaleren is geheel nieuw. Hij beschouwt de etalage als een ruimte die vanuit een architectonische visie moet worden benaderd. Door deze benadering gaat er van die etalages een grote aantrekkingskracht uit. Premsela schroomt niet om kunstenaars als de schilders Co Westerik en Herman Gordijn, industrieel vormgever Kho Liang Ie en couturier Max Heymans bij zijn ontwerpen te betrekken. De etalages van De Bijenkorf maken zoveel furore, dat hele gezinnen naar de binnenstad van Amsterdam trekken om ze te bekijken, als kunstwerken in een galerie. Drommen mensen trekken er langs als op vrijdagavond de nieuwe etalages worden 'geopend' die hij samen met styliste Annie Apol ontwerpt, vaak in samenwerking met kunstenaars als Co Westerik en Metten Koornstra. Nog onverminderd krachtig is zijn herdenkingsetalage bij het overlijden van Wilhelmina, waar in een zwarte lijst een van achter aangelicht wit gordijn zachtjes wappert. Zijn etalages hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de smaakverandering van het grote publiek. De naam Benno Premsela wordt daarna een begrip. De Bijenkorf vervreemdt zich in de jaren zeventig opvallend genoeg niet van 'het jonge volkje', al zal het daarna toch steeds meer het bedrijf van de goede smaak blijven.

Verdere uitbouw

Het eerste filiaal buiten de Randstad komt in Eindhoven, dat in 1969 opent. In 1973 wordt er een centraal magazijn opgezet in Woerden. Vandaaruit gaan de artikelen naar de filialen. Het is de tussenschakel tussen leveranciers en de winkels. Op 20 maart 1975 opent het vijfde Bijenkorffiliaal aan de Ketelstraat in Arnhem en in 1984 start het fenomeen de “Drie Dwaze Dagen”, waarin, vaak speciaal aangekochte producten tegen dwaas lage prijzen worden verkocht. Het heeft ook bij anderen tot vergelijkbare acties geleid. Ook komt er nog een filiaal in Utrecht, het wordt geopend in 1987 en breidt langzaam uit in het winkelcentrum La Vie. In 1999 wordt het winkelcentrum bijna geheel in gebruik genomen door de Bijenkorf. Na een ingrijpende verbouwing door Merkx + Girod en het Londense duo Virgile & Stone is het bestaande pand aan het Stadshart in Amstelveen in de nazomer van 1998 klaar voor de opening. Het is een klein filiaal dat op sommige afdelingen experimenteert met nieuwe concepten. Zo wordt er in het prachtig ingerichte restaurant La Ruche bediend, is het bij de cosmetica juist zelfbediening en kent de winkel zogenaamde werelden. In 1999 vindt de de fusie plaats tussen Vendex en KBB, beide zijn zeer bekend, maar bedienen een andere markt. De geschiedenis van Vendex start in 1887, 17 jaar later dan de Bijenkorf. In 2001 komen er Bijenkorffilialen bij in Breda, 's-Hertogenbosch en Groningen, het zijn de overgenomen vestigingen van Anson's, een onderdeel van Peek &Cloppenburg. In 2002 komt er nog het filiaal Enschede bij en in 2003 het filiaal Maastricht.

Hebt u aanvullingen of wilt u meedoen?

Als u opmerkingen of aanvullingen hebt op de tekst hierboven, of mee wilt helpen met het aanvullen van de site, kun u deze hieronder vermelden. Uw e-mail adres wordt alleen maar gebruikt om eventueel op uw opmerkingen te reageren. Foto's kun u ook zenden naar info@amsterdamsegrachtenhuizen.info.