Herengracht 458

<- 460 Herengracht                Panorama                Herengracht 456 ->

Herengracht 458 Langerhuizen 1913

Langerhuizen, foto uit 1913

 

Na haar dood wordt het huis in 1903 voor f 119.000 gekocht door de ongetrouwde schatrijke Pieter Langerhuizen Lambertusz [1839-1918], de zoon van een commissionair in effecten, van vaderszijde en een kleinzoon van de doopsgezinde metselaar Abel Langerhuizen die op de Herengracht 251 woont. Van moederszijde van de gefortuneerde koopman Samuel Wurfbain. Langerhuizen bewoner van het landgoed Crailoo bij Hilversum en in 1905-1906 eigenaar is van Herengracht 456. Hij is burgemeester van Huizen van 1868-1883, van Bussum van 1877 tot 1883. Hij is collectioneur van schilderijen, tekeningen, porselein en boeken, schenker van een exemplaar van de bekende stedenatlas van Blaeu in fraaie kast aan de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek en heeft door de architect H. J. M. Walenkamp Cz de ingang van het huis weer boven een dubbele stoep in de hoofdverdieping laten plaatsen, terug naar de situatie van voor 1875 waarbij ook de grote zaal aan de voorzijde weer is verdeeld in drie kleinere ruimten, waarvan de middelste nu de ontvangsthal is. Deze stoep in de vormen van het onderpui uit 1875 is van een neo-achttiende-eeuwse balusters voorzien. De eigenaar heeft wel zijn verzamelingen naar 458 overgebracht, maar hij heeft zelf nooit in het huis gewoond. Hij heeft de bedoeling om het huis als museum in te richten. Na zijn dood wordt het in 1918 voor f 260.000 verkocht aan het Nederlands Indisch Landsyndicaat onder directie van H.J.Marinus, een dochteronderneming van de Nederlands Handelmij die ook al op Herengracht 412 en 471 gevestigd is. Nederlands Handelmij heeft voor kantoorgebruik in de tuin een groot houten gebouw laten neerzetten. 

Rond 1925 koesterde de ambitieuze burgemeester dr. W. de Vlugt vergeefs de hoop, dat de burgerij van Amsterdam hem 458 als ambtswoning zou aanbieden (zie Herinneringen en dagboek van Ernst Heldering, (1970), p. 646). Maar Herengracht 502 is in 1926, geschonken door Nederlandsche Handel-Maatschappij als amtswoning voor de burgermeester, wat het nu nog steeds is.

In 1927 wordt het huis door de eigenaar voor f 201.000 verkocht aan de kunsthandelaar Jacques Goudstikker[1897-1940]. Goudstikker handelde onder de naam Commanditair Vennootschap firma J. Goudstikker, waarvan hij beherend vennoot was. Vanaf 1931 handelt hij onder die van de NV Kunsthandel J. Goudstikker. De kunsthandel is in 1845 opgericht door een broer van de grootvader van Jacques Goudstikker. Het  was destijds met de in 1963 geliquideerde zaak van de gebroeders Natban en Benjamin Katz te Dieren de grootste kunsthandelaar in Nederland. Goudstikker heeft de houten aanbouw weer laten verwijderen en de tuin weer doen herleven onder leiding van de tuinarchitect J. R. Koning en het huis van binnen mooi aangekleed. Zo laat hij uit  Herengracht 452 een schouw en uit Herengracht 609/611 en drie deurstukken van Jacob de Wit in het huis plaatsen. Ook laat hij een marmeren schouw met reliëf in vergulde omlijsting, voorstellend Venus bij Vulcanus door Bernard en Frans de Wilde uit 1745, naar hier overbrengen. Deze schouw staat tegenwoordig (1976), zonder omlijsting, in het Cargenie Museum of Art te Pittsburg.

Herengracht 458 Kunsthandel Goudstikker

Kunsthandel Goudstikker

Herengracht 458 Hermann Göring verlaat Goudstikkers pand

Hermann Göring verlaat Goudstikkers pand, foto Nationaal Archief, Amsterdam

Herengracht 458 Juliana-tentoonstelling 1936

Juliana-tentoonstelling 1936-37, Minister Slingenberg opent officieel de tentoonstelling betreffende prinses Juliana, in de kunstzalen Goudstikker aan de Herengracht. De minister (links) tijdens de rondgang met voorzitter Josephus Jitta. Foto Amsterdams Archief

Van 30 december tot 12 januari 1937 vindt er de Prinses Juliana tentoonstelling plaats ter ondersteuning van jeugdige werkelozen. Deze tentoonstelling is georganiseerd door het "comité practisch werken Amsterdam", waarin een groot aantal bekende personen in zitten. Zoals J. Stikker zelf en dhr. Ir. J.A. Josephus Jitta. Hier kunt u de catalogus inzien.  Er worden prenten, foto's en boeken voor deze tentoonstelling beschikbaar gesteld. Het doel is om geld op te halen om mensen te werk te houden aan divers projecten, zoals het verbeteren en verfraaien van het Vondelpark en ander onderhoudswerk.

Visite kaartje J. Goudstikker

Visite kaartje J. Goudstikker

Op 14 mei 1940 vertrekt Goudstikker, woonachtig op het buiten Oestermeer aan de Amstel te Ouderkerk, met zijn vrouw Daisy von Halban en hun zoon Edo naar Engeland, maar tijdens de overtocht valt hij in het ruim van het schip en sterft aan de gevolgen van de val. In september 1940 wordt het Goudstikkerhuis verkocht aan de Duitser Alois Miedl, een zeer dubieuze beursspeculant (zie Jaarboek Amstelodamum, 54 uit 1962, p. 188) die zich op Costermeer vestigde en 458 inbrengt in de NV Kunsthandel voorheen J. Goudstikker. Begin 1941 brengt Hermann Göring in burger een bezoek aan het pand om een keuze te maken uit de collectie. Deze schilderijen worden ondergebracht in het kasteel Nijenrode te Breukelen en later teruggevonden in een opslagruimte in Berlijn. 

Hebt u aanvullingen of wilt u meedoen?

Als u opmerkingen of aanvullingen hebt op de tekst hierboven, wilt u dan ook het huisnummer erbij vermelden.

Uw e-mail adres wordt alleen maar gebruikt om eventueel op uw opmerkingen te reageren.

 

Foto's of andere informatie vande  panden kun u ook zenden naar info@amsterdamsegrachtenhuizen.info.